Verhildersum bij Leens

De naam Verhildersum komt vermoedelijk van Ver =Vrouw Hilde’s ¬†um= heem/huis, dus het huis van Vrouw Hilde.

In 1398 woont Ayko Ferhildema in Leens. Ayko draagt zijn bezit over aan de graaf van Holland en krijgt het als leen terug. Hierdoor krijgt hij de steun van de graaf en kan hij zijn macht in de Ommelanden vergroten. De stad Groningen wil niets weten van invloed van de graaf van Holland op de Ommelanden en gaat over tot actie. Verhildersum wordt met de grond gelijkgemaakt. De stad verwoest in 1514 nogmaals Verhildersum. Dit illustreert de eeuwenlange tegenstelling die bestond tussen de machthebbers in de Ommelanden en die van de stad Groningen.

Door huwelijk komt Verhildersum in handen van de familie Tjarda van Starkenborgh (1586). Aan het huis zijn allerlei rechten verbonden. Het collatierecht was het recht om de predikant te benoemen. Daarmee had de borgheer invloed op de kerk. Verder is er sprake van jachtrecht, zwanendrift en duivenvlucht. Zwanendrift is het recht om zwanen te houden en te verhandelen. Ook het houden van duiven, duivenslag genoemd, kon een recht van de heer zijn. Duiven hield men voor de mest en vooral om te eten. De duiventil of duivenslag in menige borgtuin herinnert nog aan dat recht.

De bouwgeschiedenis is een illustratie van de neergang van de macht van zijn bewoners. In de 17e eeuw werd het poortgebouw en de westelijke vleugel afgebroken. Eind 18e eeuw werd ook de oostelijke vleugel afgebroken en ontstond Verhildersum zoals het er nu uitziet, een landhuis. In 1953 werd Verhildersum eigendom van de gemeente Leens.

Het interieur van Verhildersum toont het leven op een borg in de 19e eeuw, zoals op de Menkemaborg het leven van de 17e en 18e eeuw centraal staat. Daarmee vullen beide borgen elkaar prachtig aan.

Tekening door Stellingwerf in 1700

Tekening door Beckeringh in 1781

(bron: R.A. Luitjens-Dijkveld Stol, de Borg Verhildersum en zijn bewoners)