Burcht Wedde

Wedde ligt bovenin Westerwolde, eeuwenlang een geïsoleerde streek en vroeger grotendeels omgeven door het ondoordringbare Bourtangermoeras. Westerwolde onderscheidt zich ook doordat het altijd een Saksisch gebied is geweest waar nooit Fries gesproken is. In de rest van Groningen is het Fries op enig moment verdrongen door het Gronings, een Nedersaksische taal. Het landschap langs de Ruiten A is kleinschalig en besloten met kronkelende paden en prachtige esdorpen.

De geschiedenis van de burcht te Wedde of Wedderborg begint als steenhuis op een kleine wierde omstreeks 1370.  Tien jaar daarvoor had Edde Addinga Westerwolde in leen gekregen van de Abdij van Corvey.  De bouw van een steenhuis moest hem helpen zijn gezag in de streek te doen gelden. Zijn probleem was namelijk dat de grondbezitters in Westerwolde, de eigenerfden, van oudsher veel zaken zelfstandig  konden regelen en zich niet neerlegden bij de macht van Addinga. Er ontstond een conflict tussen Addinga en de ingezetenen van Westerwolde. Zowel Edde I als zijn kleinzoon Edde II werden vermoord door Westerwolders. In 1478 werd de borg door hen verwoest met hulp van de stad Groningen. Toen in 1486 de herbouw plaatsvond eisten de Groningers dat de muren niet dikker mochten zijn dan 2 kloostermoppen (60-65 cm). Later werd de borg versterkt door een ringmuur en een gracht.

De strategische ligging tussen Groningen en de Duitse landen maakte dat de burcht een belangrijke rol speelde in conflicten zoals de Tachtigjarige oorlog. In 1568 toen Adolf en Lodewijk van Nassau hun inval deden in Noord-Nederland, trokken ze vanuit de Wedderborg op naar Heiligerlee waar de veldslag plaatsvond.

In de 19e eeuw kwam het gebouw in particuliere handen. Het gaf onderdak aan een notaris, een waterschap, een streekraad en tegenwoordig is er een hotel gevestigd. Er is een klein museum dat evenals de tuin toegankelijk is.